In de roemruchte en
warme zomer van 1967 werd de Delftse groep After Tea opgericht. De leden
van de band zijn voornamelijk ex-muzikanten van de Tee-Set, die na onoverkomelijke
conflicten van artistieke aard, de band van Peter Tetteroo hebben verlaten.
After Tea bestond in de eerste samenstelling uit: Hans van Eyck (zang,
keyboards), Polle Eduard (zang, gitaar en bas), Martin Hage (drums) en
de uit Engeland afkomstige Ray Fenwick (gitaar, zang), stuk voor stuk
goede muzikanten en componisten, die een talentvolle en veelbelovende
groep vormden.
Decca heeft interesse
in deze nieuwe band en al snel was het eerste platencontract een feit.
De band ging met producer Bert Schouten de studio in en eind september
kwam de eerste single uit.
'Not Just a Flower
in your Hair' is een lekker in het gehoor liggend en geheel in het hippie-tijdsbeeld
passende song. Het refrein, dat gebaseerd is op een oud kinderliedje,
werd heel toepasselijk gezongen door een aandoenlijk kinderkoortje dat
jong en oud vertederde.
Op de B-kant stond
'The time is nigh'. Ook op dit nummer zong het koortje mee en aan het
eind van de song klinken enkele maten uit de Stars- en Stripesmars van
Sousa, uitgevoerd door de Marinierskapel. De overeenkomst met 'All you
need is love' van de Beatles berust niet op toeval...
'Not just a flower...'
werd veel gedraaid op de radio en steeg tot nummer 11 in de Veronica Top
40.
Uiteraard werd er
ook opgetreden. Het eerste optreden op 16 september 1967 vond plaats in
Sneek en werd een 'ware happening' volgens de plaatselijke krant.
Inmiddels is After
Tea weer de studio ingegaan om te werken aan nieuwe nummers voor de op
handen zijnde langspeelplaat National Disaster die uiteindelijk al in
december 1967 verschijnt. Het album bevat een naast flower-power-achtige
nummers als 'In the land of Bubblegum' en 'Gotta get you in my garden'
ook steviger werk zoals 'Play that record', een nieuwe versie van de oude
Tee-Set hit 'Long Ago' en de door Ray Fenwick geschreven titelsong 'National
Disaster'
Het album krijgt lovende
kritieken in muziekbladen zoals Muziek Express en Hitwerk en wordt aardig
verkocht.
Ook in Engeland, waar
het album in juni 1968 wordt uitgebracht, worden waarderende artikelen
geschreven in toonaangevende bladen als Melody Maker en NME.
In Engeland is Spencer
Davis op zoek naar een vervanger voor Stevie Winwood, die de Spencer Davis
Group heeft velaten om zijn eigen band 'Traffic' te beginnen. Davis heeft
zijn oog laten vallen op Ray Fenwick en hoewel Ray moeite heeft met de
beslissing om After Tea te verlaten maar als hij door problemen met zijn
werkvergunning met uitzetting uit Nederland wordt bedreigd geeft dat de
doorslag. Hij verruilt After Tea voor de Spencer Davis Group maar blijft
in de jaren erna betrokken bij composities en plaatopnamen van After Tea.
'We will be there...After
Tea', de single die in december 1967 verschijnt is geschreven door Ray
Fenwick en Hans van Eyck en ook dit is weer een geheide hit met een pakkende
tekst en een meeslepende melodie. Saillant detail; ditzelfde nummer wordt
later gecoverd door Spencer Davis Group.
Ferry Lever wordt
de definitieve vervanger van Ray Fenwick, Polle Eduard verlaat After Tea
voor een korte periode en wordt in die tijd vervangen door Frans Krassenburg
(zang) en Henk Smitskamp (bas). In mei 1968 komt de 3e single uit; 'Snowflakes
on Amsterdam'. Hoewel ook dit nummer weer ijzersterk in elkaar zit scoort
de plaat niet hoger dan 26 op de hitlijst.
In juni 1968 neemt
After Tea een persiflage op, op het dan populaire 'smartlappenrepertoire'
van o.a. de Heikrekels. Het nummer 'Moest Dat Nou' wordt uitgebracht onder
de naam 'De Martino's' om de trouwe fans van After Tea niet van de wijs
te brengen. De song was bedoeld om aan te tonen dat het niet zo moeilijk
is om in hit in dit genre te scoren; dat lukt want het wordt een grote
hit die maar liefst 14 weken in de top 40 staat.
In september 1968
brengt After Tea weer serieus werk op de markt in de vorm van de single
'Peruquine Thomas', een volwassen country-achig nummer. Meer dan een tip-notering
zit er deze keer echter niet in en ook de volgende single 'Love in Jeopardy',
die in mei 1969 uitkomt en van dezelfde muzikale kwaliteit is als de voorgaande
composities heeft geen hitpotentie.
De recente hits mogen
dan uitblijven, bij de live-optredens van After Tea is daar niets van
te merken. Een grote schare trouwe fans is altijd aanwezig.
Eind mei wordt een
collectors-item op de markt gebracht in de vorm van een picture-single.
Een groot juweliers-concern doet bij de aankoop van verlovingsringen een
boekje en de single, met daarop de songs 'Desiree' en 'The Wedding Song'
cadeau.
Voor het platencontract
met Decca afloopt wordt in augustus 1969 'A little Bit Today' uitgebracht.
Op deze plaat toont After Tea dat zij muzikaal nog steeds groeiende. Het
is een stevige Rythm & Bluesnummer...
Uiteindelijk brengt
Decca nog een album van After Tea op de markt met enkele reeds eerder
verschenen nummers en enkele songs die nog niet bij het grote publiek
bekend waren.
Na Decca sluit After
Tea een platencontract af met Negram. After Tea bestaat dan naast Polle
Eduard en Ferry Lever uit Ilja Gort (drums) en Ulli Grun (keyboards) -
hij vervangt Hans van Eyck die zijn conflicten met Peter Tetteroo heeft
bijgelegd en terug is bij de Tee-Set. In oktober 1970 verschijnt het nieuwe
album, een werkstuk van hoogstaand muzikaal niveau, met stevig werk zoals
'Jointhouse Blues' maar ook mooie, gevoelige nummers zoals 'Lovesong to
Mother Nature.
Met het nummer 'Sun'
scoort After Tea eindelijk weer een verdiende hit, maar na deze plaat
lukt het niet meer. In 1971 besluit After Tea zichzelf op te heffen.