![]()
De
diefstal op kasteel het Valkhof
In Nijmegen staan enkele stukken van het kasteel het Valkhof, dat door Karel de Grote werd gebouwd en later door Keizer Frederik Barbarossa werd herbouwd.
Er is een Karolingische kapel, een galerij, een stuk van het kasteel van Barbarossa, een schilderachtige ruïne en een oude waltoren. Hier moet het zijn gebeurd dat Karel de Grote werd bestolen door een kleine jongen. Karel de Grote had een zuster die Bertha heette, tegen zijn zin trouwde zij met een jonge ridder, Milon genaamd. De keizer verstootte haar, en al waren ze arm.
Bertha en Milon waren gelukkig.
Ze kregen een zoon, die ze Roland noemde en hij groeide voorspoedig op, hij stond al gauw bekend dat hij zeer moedig en sterk was.
Op een dag kwam zijn vader doodziek thuis en ook zijn moeder stierf bijna van de honger. Roland begaf zich naar het kasteel, drong daar binnen omdat hij wist dat er een feestmaal was aangericht. Hij nam een van de schotels en vluchtte daarmee weg. Toen Roland voor de tweede keer terug kwam in het kasteel werd hij door de keizer gegrepen. Karel kreeg zoveel plezier in de jongen, dat hij de ouders van Roland naar het kasteel liet komen. Hij zag toen dat het zijn zuster was en hij deed alles om het weer goed te maken.
Roland werd zijn page en hij was steeds in de weer voor zijn oom en keizer, totdat hij midden in een strijd het leven liet.