December,
mist, duisternis en koude,
vrolijkheid, die me maar matig smaakt.
Ik ben in dit rotjaar iemand kwijtgeraakt,
van wie ik tot het eind toe heb gehouden.
De uren, die ik bij haar heb gewaakt,
terwijl de dood in haar richting klauwde.
De kleine strohalm, waar ik op vertrouwde,
totdat het sloperswerk was afgemaakt.
December, ik wou zo graag opnieuw beginnen,
maar dan met een schone lei.
Dan mikt de regen tranen op de ruit,
de mist brengt de herinneringen weer boven.
De koude kan de wonden niet verdoven,
het donker wist het oude beeld niet meer uit.
Ivo de Wijs